Hij is nog volop aan het werk, wanneer ik de grote hal/winkel binnenkom waar de laatste zakken met diervoer keurig opgestapeld liggen. Een echtpaar neemt afscheid en bedankt de 83-jarige Henk Hoeflake met een cadeau: een doosje thee en een pak koffie, zorgzaam ingepakt in cellofaan met een rood lint erom. “Maar ik zie jullie toch nog weleens?” vraagt Hoeflake. “Jazeker, hoor! Maar we willen je alvast bedanken,” is het antwoord.

Als we in de gezellige woonkeuken zitten, denk ik terug aan vrijdag 13 februari 2015. Het carnavalsweekend stond voor de deur. Mijn man en ik waren niet thuis en kregen een telefoontje dat er bij ons een poging tot inbraak was geweest. De politie was snel ter plaatse, want ze waren al in Hedel, bij Henk Hoeflake omdat daar een (mislukte) gewapende overval had plaatsgevonden. Een voorval dat de Hedelse ondernemer zich nog als de dag van gisteren herinnert. “Het was rond zeven uur ‘s-avonds. Ik zat hier binnen te schrijven, toen de bel van de winkel ging. Vervolgens liep ik naar de winkel waar twee jonge jongens met bivakmutsen op stonden. Ze duwden een pistool in mijn zij en wilden geld. Ik antwoordde dat ik geen geld had. Ze waren niet agressief, eerder een beetje bang. Al snel kon ik ze meenemen naar buiten, waar ik luidkeels schreeuwde ‘overval, overval’. De overvallers wisten niet hoe snel ze zich uit de voeten moesten maken. Zelf heb ik de politie gebeld, die er snel was. De politie heeft de zaak heel alert opgepakt. Later op de avond is er nog een rechercheur uit Tiel gekomen en de week erop de wijkagent. Ze hebben nog wel een jasje van me opgehaald voor eventuele DNA-sporen. Het pistool leek net echt, ik weet natuurlijk niet of dat ook zo was. Enfin, ik heb er geen nadelige gevolgen aan ondervonden en heb die nacht gewoon goed geslapen.”

Oorlogsjaren
Het was in het jaar 1941 dat het gezin Hoeflake van Harmelen, waar vader werkte, terug naar Hedel verhuisde. Als geboren Hedelnaren wilden ze in de onzekere oorlogsjaren graag in de buurt van de familie wonen. Om voor de kost te zorgen, werd een, in 1922 opgericht, veevoer- en graanbedrijf op de Maasdijk overgenomen. Het bedrijf, dat de naam firma J. Hoeflake kreeg, verhuisde naar de Wilhelminastraat waar de familie ook ging wonen. Het graan werd zelf gemalen en het veevoer werd in die tijd zelf gemengd. In 1963 sloeg het noodlot toe en kwam vader Hoeflake plotseling op 57-jarige leeftijd te overlijden. De 25-jarige Henk, die al mee hielp in de zaak, nam deze over. Zijn broer, die een technische achtergrond heeft, heeft hem in het begin geholpen bij de aanschaf van machines. Personeel heeft hij in al die jaren nooit gehad. “Ik heb veel steun van mijn familie gehad. De administratie heeft mijn moeder altijd gedaan. Tegenwoordig doet mijn zus Dirkje dat. Vroeger toen ik nog een vrachtwagen had, brachten we het voer op vrijdag of zaterdag naar de boer. Neven hielpen hierbij en ook boerenjongens die graag op de vrachtwagen reden en een zakcentje wilden bijverdienen. Zo’n twintig jaar geleden had ik een nieuwe vrachtauto van net een week oud. Waarschijnlijk door kortsluiting is deze ’s nachts uitgebrand. Ik kwam er ’s morgens om zes uur achter en heb de toenmalige brandweercommandant gebeld of hij even met een brandblusser langs wilde komen. Liefst alleen, want anders zou heel Hedel er op afkomen.”

In 1993 moest de brandweer wel met groot materiaal uitrukken, toen een schuur afbrandde. “Mijn moeder lag in het ziekenhuis en ik was bij haar op bezoek, toen mijn zus belde dat er brand was.”

Begin van deze eeuw heeft hij ervoor gekozen om over te schakelen naar kleindiervoeders. “Alles veranderde. In de fabrieken werd van meel brokjes gemaakt en bovendien kwam er meer aanbod van de fabrieken die zelf de boer op gingen.”

De actieve senior, die altijd in het ouderlijk huis is blijven wonen, heeft er geen moment aan gedacht om op zijn 65-ste te stoppen. “Ik heb het werken altijd fijn gevonden. Het contact met de klanten, het praatje dat je met iedereen maakte. Dat ik nu ga stoppen, komt omdat ik zo slecht zie. Ik ben een paar keer in Nijmegen geweest om te kijken of er iets aan te doen was, maar het risico was te groot om helemaal blind te worden. Ik ging er tegenop zien. Het najaar komt eraan en dan wordt het donkerder en ga je nog slechter zien. Dank zij mijn zus Dirkje heb ik het hier zo lang kunnen volhouden. Zij werkt hier veel. Behalve de boekhouding, helpt ze in de winkel en kookt ze voor me. Soms brengt ze gebraden vlees en groenten en kook ik er zelf een aardappeltje bij. Toen ik drie jaar geleden een nieuwe heup kreeg, heeft zij, samen met haar man en dochter, de zaak draaiende gehouden. Ik heb ook altijd goede klanten gehad. De laatste jaren waren ze extra behulpzaam en pakten zelf de zakken.”

Geïnteresseerden om de zaak over te nemen, hebben zich ook aangediend. “Verschillende mensen hebben belangstelling getoond, maar zij wilden hier dan alles overnemen en dat wil ik niet. Ik woon hier graag en wil hier blijven wonen.”

Het stoppen van de zaak heeft ook de aandacht van de lokale pers gekregen. Wanneer ik een foto wil maken in de winkel bij de grote weegschaal, die voor zoveel mensen herinneringen oproept, is de reactie: “Kunnen we geen ander plekje zoeken, want ik sta al twee keer in de krant bij deze weegschaal?” Zus Dirkje, die tijdens het interview de klanten in de winkel helpt, komt met een oplossing waar we ons alle drie in kunnen vinden. “Het interview komt toch in de paardenmarktkrant. Buiten hangt de paardenmarktvlag. Daar kan de foto gemaakt worden.”


Henk Hoeflake voor zijn bedrijf, waar hij met zoveel plezier, zolang gewerkt heeft.

De paardenmarkt
Hoeflake heeft hier goede herinneringen aan. “Als klein manneke hielp ik mijn oom, Heimen Hoeflake, met het stallen van de fietsen. In die tijd kwamen de meeste bezoekers uit de omgeving met de fiets. Ze konden dan bijna tot op de markt fietsen. Ik zorgde dan voor de fietsen. Maar zelf ging ik ook altijd graag naar de paardenmarkt.”

Tot slot is er nog iets dat de bijna oud-ondernemer nog graag kwijt wil. “Ik wil iedereen bedanken voor de geweldige klandizie en de prettige samenwerking. Sinds bekend is geworden dat ik ga stoppen, heb ik heel veel reacties, bloemen, bonbons en cadeaus gekregen. Ik had dit nooit verwacht. Het hoeft niet, maar ik vind het toch hartstikke leuk. Bedankt iedereen.”